PCIe 5.0 versus 4.0 bandbreedte: loont een upgrade in 2026?

Belangrijkste punten van de redactie

  • PCIe 5.0 verdubbelt de bandbreedte per lane: van 16 naar 32 GT/s, ofwel circa 2 naar 4 GB/s bruikbare doorvoer.
  • Een x16-slot levert daarmee theoretisch 64 GB/s (was 32 GB/s); een x4-M.2-slot voor SSD’s gaat van 8 naar 16 GB/s.
  • Geen enkele moderne videokaart, zelfs de RTX 5090 niet, verzadigt PCIe 4.0 x16 in games. Voor GPU’s is 5.0 nog geen must.
  • Alleen Gen5-SSD’s benutten het verschil echt, met sequentiële snelheden tot 14,9 GB/s tegenover circa 7,4 GB/s bij Gen4.
  • Let op lane-sharing: op veel AM5-borden valt het GPU-slot terug naar x8 zodra je een tweede Gen5-M.2-slot bevolkt.

PCIe 5.0 versus 4.0 bandbreedte: loont een upgrade in 2026?

Elke generatie PCI Express verdubbelt de bandbreedte. PCIe 5.0, in 2019 gespecificeerd, is daarop geen uitzondering. Waar PCIe 4.0 per lane 16 gigatransfers per seconde haalt, levert PCIe 5.0 er 32. In de praktijk betekent dat een theoretische doorvoer van ongeveer 4 gigabyte per seconde per lane, tegenover circa 2 gigabyte per seconde bij PCIe 4.0.

Dat klinkt als een enorme sprong, maar bandbreedte op papier is iets anders dan snelheid in je pc. Videokaarten en SSD’s gebruiken slechts een deel van de beschikbare lanes, en lang niet alle hardware benut de aangeboden bandbreedte daadwerkelijk. In dit artikel vergelijken we de specificaties, kijken we naar wat GPU’s en SSD’s er in 2026 werkelijk mee doen en leggen we uit hoe bifurcatie en lane-sharing op moderne moederborden de rekensom veranderen.

De cijfers: elke lane levert twee keer zoveel

De rekensom is eenvoudig. PCIe 4.0 levert per lane 16 GT/s, wat na codering neerkomt op ongeveer 1,97 GB/s bruikbare bandbreedte. PCIe 5.0 verdubbelt dat naar 32 GT/s en circa 3,94 GB/s per lane. Beide generaties gebruiken 128b/130b-codering, dus de verhouding blijft in elke configuratie gelijk.

ConfiguratiePCIe 4.0 (theoretisch)PCIe 5.0 (theoretisch)Typisch gebruik
x1circa 2 GB/scirca 4 GB/sNetwerk- en uitbreidingskaarten
x4circa 8 GB/scirca 16 GB/sNVMe-SSD’s (M.2)
x8circa 16 GB/scirca 32 GB/sGPU’s met minder lanes, adapters
x16circa 32 GB/scirca 63 GB/sVideokaarten (primair slot)

Voor een videokaart in een x16-slot betekent dit een theoretisch maximum van circa 63 GB/s tegenover 32 GB/s bij de vorige generatie. Een NVMe-SSD, die vrijwel altijd vier lanes gebruikt, gaat van ongeveer 7,9 GB/s naar 15,75 GB/s. Dit zijn theoretische maxima: protocoloverhead, controllerlimieten en de NAND-snelheid bepalen wat er in de praktijk overblijft.

Videokaarten: zelfs de snelste GPU’s raken 4.0 niet vol

De eerste videokaarten met een PCIe 5.0 x16-interface verschenen begin 2025: NVIDIA’s GeForce RTX 5090 en RTX 5080 beten het spits af, gevolgd door AMD’s Radeon RX 9070 en RX 9070 XT. Toch laat testwerk keer op keer zien dat zelfs deze topmodellen PCIe 4.0 x16 in games niet verzadigen. Draai je een RTX 5090 op een PCIe 4.0-moederbord, dan merk je in de praktijk geen verschil met PCIe 5.0.

Dat komt doordat games zelden grote hoeveelheden data continu tussen processor en videokaart verplaatsen. Zodra textures en assets in het videogeheugen staan, dient de bus vooral voor kleinere, incidentele overdrachten. Zelfs een halvering naar x8 levert in benchmarks meestal hooguit een paar procent verschil op. Wie al een PCIe 4.0-systeem heeft, hoeft voor zijn videokaart dus niet naar 5.0 over te stappen: de bus is geen bottleneck.

SSD’s: hier merk je het verschil wél

Bij opslag ligt dat anders. Moderne Gen5-SSD’s komen dicht bij het theoretische maximum van een x4-link. De Crucial T705 haalt circa 14 GB/s sequentieel lezen, en de WD Black SN8100 tikt in tests zelfs 14.000 MB/s lezen en schrijven aan, met uitschieters tot 14,9 GB/s. Ter vergelijking blijft een Gen4-topmodel als de Samsung 990 Pro steken rond 7,4 GB/s.

Bij grote sequentiële overdrachten is het voordeel tastbaar. Een projectmap van 100 GB kopiëren of werken met 4K- en 8K-video gaat grofweg twee keer zo snel als met Gen4. Voor videobewerkers, 3D-artiesten en iedereen die dagelijks met grote bestanden schuift, is dat een reële tijdwinst.

Voor gamers is het beeld een stuk nuchterder. Een test van Tom’s Hardware uit augustus 2026 vergeleek SATA-, PCIe 3.0-, 4.0- en 5.0-SSD’s in elf games. In de meeste titels was er geen betekenisvol verschil. De verklaring: games lezen vooral kleine willekeurige blokken van 32 of 64 kilobyte bij een lage queue depth. Bij zo’n werklast haalt zelfs een Gen5-schijf maar een fractie van zijn geadverteerde 14 GB/s, waardoor Gen4 en Gen5 in de praktijk identiek aanvoelen.

Daarbij komen de nadelen van Gen5: hogere prijzen, meer warmteontwikkeling en vaak een forse heatsink of zelfs actieve koeling. Bovendien heb je zowel een Gen5-capabele processor als een moederbord met Gen5-M.2-slot nodig. Ontbreekt een van beide, dan valt de schijf terug naar 4.0-snelheden en betaal je voor prestaties die je nooit ziet.

Bifurcatie en lane-sharing: lees eerst de handleiding

Een AM5-Ryzen levert 24 bruikbare PCIe-lanes: doorgaans zestien voor de videokaart en twee keer vier voor M.2-slots. Wie meer snelle opslag wil aansluiten, moet lanes gaan delen, en daar komt bifurcatie om de hoek kijken.

Op veel X670E- en X870E-moederborden zorgt het bevolken van het tweede Gen5-M.2-slot ervoor dat het primaire GPU-slot automatisch terugvalt van x16 naar x8. De zestien CPU-lanes worden dan opgesplitst in x8 voor de videokaart en x8 voor de SSD’s. Fabrikanten vermelden deze lane-sharing doorgaans in de kleine lettertjes, en ook bij Intel-borden kom je hetzelfde patroon tegen.

In het BIOS van duurdere borden kun je deze verdeling soms zelf sturen via bifurcatie-instellingen: het x16-slot wordt dan opgesplitst in bijvoorbeeld x8/x8 of x8/x4/x4. Handig als je een tweede snelle insteekkaart of extra SSD’s via een adapterkaart wilt aansluiten.

Het goede nieuws: PCIe 5.0 x8 biedt evenveel bandbreedte als PCIe 4.0 x16. Omdat geen enkele huidige GPU zelfs dat laatste verzadigt, merk je van zo’n terugval in games vrijwel niets. Plan toch vooraf welke slots je vult, zodat je niet achteraf ontdekt dat je videokaart op halve kracht draait.

Heeft PCIe 5.0 in 2026 zin?

Voor videokaarten: voorlopig nee. Voor opslag hangt het van je werklast af: alleen bij regelmatige grote overdrachten haal je de meerprijs eruit. Als future-proofing kan een Gen5-moederbord bij een nieuwe build verstandig zijn, zolang de meerprijs beperkt blijft. Borden zónder Gen5, zoals veel B850-modellen met een 4.0 x16-slot voor de GPU, verliezen in games nagenoeg niets.

Aan de horizon gloort PCIe 6.0 al. In servers draaien SSD’s zoals de Micron 9650 tot circa 28 GB/s, maar voor consumenten is die generatie nog ver weg. De adoptie van Gen5 zelf is pas net op stoom, en zelfs de snelste huidige hardware benut de beschikbare bandbreedte bij lange na niet volledig.

Oordeel: praktisch koopadvies

  • Game je vooral en heb je al een PCIe 4.0-systeem? Stap niet over voor de bus alleen; steek het budget liever in een snellere GPU of een grotere SSD.
  • Bouw je een nieuwe pc? Kies dan een moederbord met een Gen5 x16-slot en minimaal één Gen5 M.2-slot, maar betaal er geen grote premie voor.
  • Werk je met video, 3D-rendering of grote datasets? Dan is een Gen5-SSD een zinvolle investering, mits processor en moederbord het ondersteunen en de koeling op orde is.
  • Controleer vóór aankoop de handleiding van het moederbord op lane-sharing, zodat je GPU niet onverwacht op x8 draait zodra je een tweede snelle SSD plaatst.

Leave a Comment