Belangrijkste punten van de redactie
- De klassieke GPU-temperatuur (edge temp) komt van één vaste sensor en toont een gemiddelde; de hotspot is de hoogste meting van een heel sensornetwerk op de chip.
- Een delta van 10 tot 15 graden tussen core-temp en hotspot is normaal; een delta boven de 20 graden onder volle belasting wijst op slecht koelblokcontact of ongelijke montagedruk.
- Hotspots tot ongeveer 90 graden zijn geen reden tot zorgen; structureel boven de 95 graden is de waarschuwingszone en 110 graden is het plafond waarbij AMD-kaarten terugschakelen.
- NVIDIA-kaarten sturen hun boostklok vooral op basis van de core-temperatuur, terwijl AMD de hotspot (junction) actief meeneemt in de regeling.
- Repasting en nieuwe thermal pads lossen alleen problemen op die in de delta zichtbaar zijn; bij normale waarden levert nieuwe koelpasta niets op.
GPU-hotspot versus core-temp: de twee cijfers die elke pc-bouwer moet kennen
Wie tijdens het gamen HWiNFO open heeft staan, heeft het vast gezien: twee temperatuurregels bij de grafische kaart met verschillende waarden. De GPU Temperature blijft netjes rond de 70 graden, terwijl de Hot Spot naar 85 of zelfs 90 graden klimt. Paniek is zelden nodig, maar het verschil tussen beide cijfers is wél belangrijk. In dit artikel leggen we uit wat edge temperature en hotspot temperature meten, waarom hun verschil veel zegt over je koeling, welke grenzen gelden voor AMD en NVIDIA, en wanneer nieuwe thermal paste de oplossing is.
Wat meten we eigenlijk: edge temp versus hotspot
Edge temperature (core temp): het gemiddelde beeld
Traditioneel rapporteerden videokaarten één temperatuur: de GPU Temperature die je in vrijwel elke monitor ziet. Die waarde komt van één fysieke sensor op een vaste locatie op de chip. AMD noemt deze meting intern de edge temperature. Het is geen piekwaarde, maar een gemiddelde over een beperkt gebied van de die. Een lokale oververhitting elders op de chip kan hij daardoor volledig missen: als algemene gezondheidsindicator is hij nuttig, maar hij kan problemen verbergen die de hotspot wél zichtbaar maakt.
Hotspot (junction): de heetste plek van de chip
Moderne GPU’s hebben verspreid over de die een netwerk van temperatuursensoren, vaak geplaatst bij de onderdelen die het heetst worden, zoals de compute units. De hotspot is simpelweg de hoogste actuele meting uit dat hele netwerk: welke sensor op dat moment de heetste is, verschuift voortdurend met de workload. AMD introduceerde deze meting breed met de Radeon VII onder de naam junction temperature; NVIDIA volgde met de RTX 30-serie. Bij de nieuwste RTX 50-serie heeft NVIDIA de hotspot-waarde overigens weer uit de standaard rapportage gehaald, omdat hij vaak verkeerd werd geïnterpreteerd.
De delta: waarom het verschil het belangrijkste cijfer is
De delta, het verschil tussen core-temp en hotspot, vertelt je iets essentieels over de kwaliteit van het koelblokcontact. Bij NVIDIA-kaarten ligt deze doorgaans tussen 11 en 14 graden, bij AMD-kaarten tussen 12 en 20 graden. Dat verschil is normaal: de heetste plek van een chip is nu eenmaal heter dan het gemiddelde. Wordt de delta onder volle belasting structureel groter dan 20 graden, dan is dat een waarschuwingssignaal. Dat duidt op uitgedroogde koelpasta, ongelijke montagedruk, een doorgezakte kaart (GPU sag) of thermal pads met de verkeerde dikte na een eerdere vervanging.
Let wel op het verschil tussen pieken en structurele waarden. Korte pieken tijdens plotselinge belastingwisselingen zijn normaal en zeggen weinig. Pas als de hotspot onder aanhoudende belasting hoog blijft én de kloksnelheden teruglopen of instabiliteit optreedt, is er echt iets aan de hand. Alleen naar de maximale spike kijken is dan ook een van de meest gemaakte fouten.
Veilige bereiken voor AMD en NVIDIA
Onderstaande tabel geeft de gangbare richtwaarden tijdens gamen onder volle belasting. Omgevingstemperatuur, case-airflow en de specifieke koeler van je kaart beïnvloeden de cijfers, maar de verhoudingen blijven overeind.
| Meting | NVIDIA (RTX 30/40) | AMD (RX 6000/7000) |
|---|---|---|
| Core-temp tijdens gamen | 60–75 °C | 60–75 °C |
| Hotspot tijdens gamen | 70–85 °C | 75–95 °C |
| Gezonde delta | 10–15 °C | 10–20 °C |
| Waarschuwingszone hotspot | boven 90–95 °C | boven 95–100 °C |
| Harde limiet (throttling) | ca. 83 °C core (GPU Boost) | 110 °C junction |
NVIDIA-kaarten sturen de boostklok vooral op basis van de core-temperatuur: zodra die richting de standaard limiet van ongeveer 83 graden gaat, schroeft GPU Boost de kloksnelheid terug. AMD-kaarten bewaken daarnaast actief de junction-temperatuur en grijpen in zodra de hotspot richting de 110 graden gaat. Daarom kan een AMD-kaart met een ogenschijnlijk nette core-temp van 70 graden toch throttlen als de hotspot tegen de limiet aanloopt, bijvoorbeeld bij slecht koelblokcontact.
HWiNFO correct aflezen in vijf stappen
HWiNFO is de standaardtool om beide waarden uit te lezen, omdat het zowel de edge temp als de hotspot toont. Zo doe je het goed:
- Open HWiNFO in sensors-only mode en zoek de regels GPU Temperature en GPU Hot Spot (bij AMD soms GPU Junction Temperature).
- Start een zware game of benchmark en laat deze minstens tien minuten draaien, zodat de temperaturen stabiliseren.
- Noteer zowel de kolom Current als Maximum: de maximumwaarde laat pieken zien, de huidige waarde de aanhoudende belasting.
- Trek de core-temp van de hotspot af: dat is de delta onder stabiele belasting.
- Vergelijk met de tabel hierboven en kijk naar de trend over meerdere sessies, niet naar één momentopname.
Kijk ook naar de VRAM- en VRM-temperaturen in dezelfde sensorlijst: hoge geheugentemperaturen kunnen instabiliteit en artifacts veroorzaken, zelfs als de hotspot er netjes uitziet.
Repasting en thermal pads: wanneer het zin heeft
Een te grote delta is het klassieke signaal dat de koelpasta zijn beste tijd heeft gehad of dat de montagedruk ongelijk is verdeeld. In dat geval kan repasting het verschil tussen core en hotspot flink verkleinen en de hotspot met tien graden of meer omlaag brengen. Vervang meteen ook de thermal pads op geheugen en VRM’s: oude of ingedrukte pads zijn vaak medeschuldig. Let daarbij strikt op de juiste dikte: te dikke pads tillen het koelblok op en verslechteren het contact met de die, te dunne pads maken onvoldoende contact met de geheugenchips.
Maar repasting is geen wondermiddel. Als je delta gezond is en je hotspot binnen de normale bereiken valt, levert nieuwe koelpasta niets op en loop je alleen het risico op schade tijdens het demonteren. Het zomaar verhogen van de fan curve of verlagen van de power limit is symptoombestrijding: het contactprobleem zelf lossen ze niet op. Begin altijd bij de meting, niet bij de tube pasta.
Oordeel: praktisch koopadvies
De hotspot is geen reden tot paniek, maar wel de eerlijkste thermometer van je videokaart. Wie een kaart koopt, kijkt verder dan de nette core-temp in reviews: een grote hotspot-delta wijst op een zwakker koelontwerp of slechte fabrieksmontage, wat zich later terugbetaalt in throttling en herrie. Monitor na aankoop zelf de delta onder belasting met HWiNFO, grijp pas in bij een structurele delta boven de 20 graden of een hotspot die aanhoudend tegen de limiet aanloopt, en overweeg bij twijfel eerst undervolting: minder voltage verlaagt core én hotspot zonder prestatieverlies en is risicovrij uit te proberen. Zo houd je de chip koel waar het er echt toe doet, op de heetste plek.